Subsidie voor de aanleg en onderhoud van ruigtes en overhoeken

Aanvragen klein landschapselement Aanvragen groot landschapselement

Inhoud

Als een grasland niet jaarlijks wordt gemaaid, dan worden de grassen weggeconcurreerd door hoogproductieve overblijvende hoge kruiden als brandnetel, fluitenkruid en boerenwormkruid. Dit wordt ruigte genoemd. Zonder driejaarlijks maaien zouden deze kruiden op hun beurt worden weggeconcurreerd door struiken en bomen. Ruigte is het stadium tussen een grasland en een bos.

Landbouwpercelen kunnen grillig gevormd zijn. De hoeken werden niet bewerkt en slechts weinig frequent gemaaid. Deze hoeken werden overhoeken genoemd en worden eveneens gedomineerd door ruigtekruiden. Vandaag zijn veel overhoeken verdwenen door de herverkaveling van de landbouwgronden en worden de overblijvende overhoeken bespoten met pesticiden om deze ongewenste ruigte(on)kruiden te bestrijden.

Ruigtes zijn biologisch zeer waardevol. De hoog opschietende kruiden bevatten voor vele kleine dieren dekking om te jagen of grazen, zoals wezels en muizen. Insecten kunnen in de stengels van de overblijvende kruiden overwinteren. De vele bloemen vormen een nectarbron voor bijen en vlinders. Daarom wordt de aanleg en onderhoud van ruigtes en overhoeken gesubsidieerd.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden, naast de algemene voorwaarden, zijn van toepassing:

  • een ruigte of overhoek wordt gesubsidieerd vanaf een oppervlakte van meer dan 100 m² met een maximale aaneengesloten oppervlakte van 10.000 m²;
  • de beplanting dient minimaal te bestaan uit minimaal 80% ruigtesoorten. Er is geen struik- of boomlaag aanwezig;
  • de beplanting van de ruigte of overhoek gebeurt spontaan. De ruigte wordt driejaarlijks gemaaid met afvoer van maaisel en liefst opgestapeld als schuilplek. Het beheer verloopt gefaseerd zodat de natuurfunctie van de ruigte of overhoek niet verloren gaat;
  • de grond van ruigtes of overhoeken mag niet worden geploegd.

Procedure

De melding en onderhoud van een bestaand landschapselement, of de aanleg en onderhoud van een nieuw landschapselement, kan worden aangevraagd door het invullen van het aanvraagformulier klein landschapselement.

Indien het landschapselement binnen een groot landschapselement valt, of onder de definitie van een groot landschapselement valt, gebruik dan het aanvraagformulier groot landschapselement.

Bij de aanvraag wordt de volgende documenten bijgevoegd:

  • beplantingsplan (schaal: minimaal 1/100) waarop duidelijk de landschapselementen, de plantsoorten, de maten, de plantafstanden,… worden aangegeven. Op basis van het beplantingsplan wordt de subsidie bepaald. Dit hoeft geen professioneel plan te zijn, een schets met als achtergrond een luchtfoto is voldoende;
  • omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, vegetatiewijziging of wijziging van kleine landschapselementen (indien van toepassing);
  • schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaruit blijkt dat de beheerder de landschapselementen mag aanleggen op zijn/haar eigendom (indien van toepassing). Indien u eerder een aanvraag voor hetzelfde landschapselement heeft ingediend en de toestemming heeft bijgevoegd, is dit optioneel;
  • facturen van de uitgevoerde werken of aankoop plantgoed;
  • motivatienota met de afwijking op de voorwaarden van het reglement (indien van toepassing). Aanvragers mogen een afwijking van de algemene of specifieke voorwaarden vragen, mits grondige motivatie. Deze afwijking is een gunst, geen recht, en wordt individueel beoordeeld.

Bedrag

Voor het maaibeheer bedraagt de subsidie:

  • 100-500 m²: 0,20 euro per m² driejaarlijks;
  • elke m² over 500 m² tot 10.000 m²: 0,10 euro per m² driejaarlijks.