Subsidie voor de aanleg en onderhoud van plassen, poelen en bovengrondse infiltratievoorzieningen

Aanvragen klein landschapselement Aanvragen groot landschapselement

Inhoud

Plassen en poelen zijn kleine ondiepe waterpartijen. Binnen landbouwgebied is poel gebruikelijk, buiten landbouwgebied wordt dezelfde waterpartij plas genoemd. Plassen en poelen waren vroeger gemeengoed. Elke weiland had een veedrinkpoel. Met de intensivering van de landbouw zijn deze waterpartijen verdwenen.

Plassen en poelen zijn niet zo groot als vijvers, maar zijn biologisch ook waardevol. Omdat plassen en poelen (bijna) volledig kunnen uitdrogen in de zomer, zit er geen vis erin. Veel amfibieën en waterinsecten zijn zo veilig voor roofvissen. Het zijn dan ook belangrijke paaigronden voor die dieren.

Om het hemelwater dat op verhardingen en constructies vallen te bergen en infiltreren én een biologische meerwaarde te creëren, worden bovengrondse infiltratievoorzieningen zoals infiltratiekommen en wadi’s aangelegd. Zij zijn qua uitzicht gelijkaardig aan poelen en plassen, en worden dan ook zo behandeld.

Daarom wordt de aanleg en onderhoud van plassen, poelen en bovengrondse infiltratievoorzieningen gesubsidieerd.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden, naast de algemene voorwaarden, zijn van toepassing:

  • een poel, plas of bovengrondse buffer- en infiltratievoorziening wordt gesubsidieerd vanaf een minimaal watervolume van 5 m³ tot een maximaal watervolume van 50 m³, of een minimaal wateroppervlakte van 10 m² tot een maximaal wateroppervlakte van 100 m²;
  • een poel of plas heeft een diepste punt van minimaal 1 meter en mag enkel uitdrogen in de zomermaanden. Onder uitdrogen wordt verstaan: een reductie in wateroppervlakte van 80% en/of een reductie van de waterstand van 80%.
  • een bovengrondse buffer- of infiltratievoorziening moet minimaal in de wintermaanden water bevatten;
  • de poel, plas of bovengrondse buffer- en infiltratievoorziening wordt ecologisch ingericht met inheemse waterplanten. Er mogen geen vissen worden uitgezet;
  • de poel, plas of bovengrondse buffer- en infiltratievoorziening mag niet dichtslibben. Een onderhoudsprogramma dient opgesteld worden. Het mag een verland overgangsgedeelte bevatten, zolang de minimumvereisten worden gehaald.

Procedure

De melding en onderhoud van een bestaand landschapselement, of de aanleg en onderhoud van een nieuw landschapselement, kan worden aangevraagd door het invullen van het aanvraagformulier klein landschapselement.

Indien het landschapselement binnen een groot landschapselement valt, gebruik dan het aanvraagformulier groot landschapselement.

Bij de aanvraag wordt de volgende documenten bijgevoegd:

  • beplantingsplan (schaal: minimaal 1/100) waarop duidelijk de landschapselementen, de plantsoorten, de maten, de plantafstanden,… worden aangegeven. Op basis van het beplantingsplan wordt de subsidie bepaald. Dit hoeft geen professioneel plan te zijn, een schets met als achtergrond een luchtfoto is voldoende;
  • omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, vegetatiewijziging of wijziging van kleine landschapselementen (indien van toepassing);
  • schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaruit blijkt dat de beheerder de landschapselementen mag aanleggen op zijn/haar eigendom (indien van toepassing). Indien u eerder een aanvraag voor hetzelfde landschapselement heeft ingediend en de toestemming heeft bijgevoegd, is dit optioneel;
  • facturen van de uitgevoerde werken of aankoop plantgoed;
  • motivatienota met de afwijking op de voorwaarden van het reglement (indien van toepassing). Aanvragers mogen een afwijking van de algemene of specifieke voorwaarden vragen, mits grondige motivatie. Deze afwijking is een gunst, geen recht, en wordt individueel beoordeeld.

Bedrag

De subsidie voor de graafwerken bedraagt 40% van de kosten, met een plafond van 500 euro.

Voor het onderhoud bedraagt de subsidie 5 euro per m² wateroppervlakte elke 3 jaar, met een plafond van 500 euro.