Subsidie voor de aanleg en onderhoud van bosgras-, akker- en weilanden

Aanvragen klein landschapselement Aanvragen groot landschapselement

Inhoud

Boslandbouw is in opmars. Het combineert elementen van landbouw met bosbouw. Dit creëert synergiën. Zo bieden bomen voor vee in bosweilanden broodnodige schaduwplekken. Ze verhogen de opbrengst door de bodem te verbeteren, verdamping uit de bodem te verminderen en de gewassen te beschermen tegen windwerking en erosie. Boslandbouw is helemaal niet nieuw: vroeger waren bosgras-, akker- of weilanden meer voorkomend. Met de intensivering van de landbouw zijn zulke mengvormen verdwenen.

Bosgras-, akker- of weilanden zijn biologisch zeer waardevol. Als mengvorm brengen ze landschappelijke en ecologische diversiteit door zowel habitat aan te bieden voor zowel bos- als landbouwdieren Daarom wordt de aanleg en onderhoud van  bosgras-, akker- of weilanden gesubsidieerd.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden, naast de algemene voorwaarden, zijn van toepassing:

  • bosgras-, akker- of weiland wordt gesubsidieerd vanaf een oppervlakte van meer dan 100 m² met een maximale aaneengesloten oppervlakte van 10.000 m²;
  • de onderlaag bestaat uit minimaal 80% gras- en lage kruidsoorten. De bovenlaag bestaat uit laagstam- tot hoogstambomen maar geen hoogstammige fruitbomen;
  • ééntonige houtaanplanten voor enkel commercieel gebruik (bosbouw, agrobosbouw en energiebosbouw) worden niet als KLE beschouwd;
  • de aanplanting dient zo natuurlijk en divers mogelijk te gebeuren, strakke rijen bomen met monocultuur vallen hier niet onder;
  • het bosgras-, akker- of weiland moet worden ingezaaid met een bloemen-, fauna-, bijen-, vlinder-, akkervogel- of weidevogelmengsel, of een daaraan gelijkaardig zaaimengsel met ecologische waarde. Er kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Een bestaand gras-, akker- of weiland dat wordt omgevormd tot bosgras-, akker- of weiland, hoeft niet te worden ingezaaid als deze aantoonbaar voldoende ecologische waarde heeft;
  • volgens het principe bos blijft bos worden bossen omgevormd naar een bosgras-, akker- of weiland uitgesloten van de subsidie, met uitzondering van productiebossen;
  • grondbewerking blijft beperkt tot het éénmalig inzaaien van het bloemenrijk grasmengsel ten einde de koolstofopslag te behouden, met uitzondering van bosakkerland;
  • de omheining van een bosgras- of weiland gebeurt preferentieel door een lijnvormige landschapselement, de voorwaarden van de lijnvormige elementen zijn van toepassing. Indien het noodzakelijk is om loslopend vee in het bosweiland te houden, dan is de aanleg van een doornenhaag of –heg verplicht. Het is strikt verboden prikkeldraad, rasters, gaas of andere niet-natuurlijke omheiningen te gebruiken, met uitzondering van prikkeldraadafsluiting in kader van renen, of slechts tijdelijk tot de doornenhaag of –heg voldoende gegroeid is om de functie van natuurlijke veekering te vervullen;
  • interne perceelafscheidingen of afscheidingen van verschillende beheervlakken gebeurt door weidepalen, al dan niet met renen. De weidepalen zijn gemaakt uit onbehandeld hout;
  • weidedieren worden behandeld met respect voor dierenwelzijn. De weidedieren moeten in hun basisbehoeften (water, schuilmogelijkheid) voorzien worden.

Procedure

De melding en onderhoud van een bestaand landschapselement, of de aanleg en onderhoud van een nieuw landschapselement, kan worden aangevraagd door het invullen van het aanvraagformulier klein landschapselement.

Indien het landschapselement binnen een groot landschapselement valt, of onder de definitie van een groot landschapselement valt, gebruik dan het aanvraagformulier groot landschapselement.

Bij de aanvraag wordt de volgende documenten bijgevoegd:

  • beplantingsplan (schaal: minimaal 1/100) waarop duidelijk de landschapselementen, de plantsoorten, de maten, de plantafstanden,… worden aangegeven. Op basis van het beplantingsplan wordt de subsidie bepaald. Dit hoeft geen professioneel plan te zijn, een schets met als achtergrond een luchtfoto is voldoende;
  • omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, vegetatiewijziging of wijziging van kleine landschapselementen (indien van toepassing);
  • schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaruit blijkt dat de beheerder de landschapselementen mag aanleggen op zijn/haar eigendom (indien van toepassing). Indien u eerder een aanvraag voor hetzelfde landschapselement heeft ingediend en de toestemming heeft bijgevoegd, is dit optioneel;
  • facturen van de uitgevoerde werken of aankoop plantgoed;
  • motivatienota met de afwijking op de voorwaarden van het reglement (indien van toepassing). Aanvragers mogen een afwijking van de algemene of specifieke voorwaarden vragen, mits grondige motivatie. Deze afwijking is een gunst, geen recht, en wordt individueel beoordeeld.

Bedrag

Voor de aankoop van het bosplantgoed bedraagt de subsidie 0,10 euro per m², met een plafond van 1.000 euro.

Het zaaimengsel wordt voor maximaal 40% van de kostprijs gesubsidieerd, met een plafond van 250 euro.

Voor het beheer bedraagt de subsidie:

  1. 100-500 m²: 0,20 euro per m² jaarlijks;
  2. elke m² over 500 m² tot 10.000 m²: 0,10 euro per m² jaarlijks.

Opbrengsten die commercieel worden gevaloriseerd worden uitgesloten van de onderhoudssubsidies.