Subsidie voor de aanleg en onderhoud van bomenrijen, knotbomenrijen, leibomenrijen en dreven

Aanvragen klein landschapselement Aanvragen groot landschapselement

Inhoud

Een bomenrij is een rij van één of meerdere soorten hoogstammige bomen. Van oudsher markeren zij grenzen, of het nu tussen twee percelen of langs een waterloop of een weg is.

Een bomenrij met knotbomen zoals wilg, els, es, eik of populier wordt een knotbomenrij genoemd. Door periodiek de boom op een bepaalde hoogte de takken te verwijderen en opnieuw te laten opschieten, ontstaat er wat een knoest wordt genoemd. Die knoest kan dienen als nestplaats voor verscheidenen vogels.

Een bomenrij van ‘kathedraalbomen’ zoals eik of beuk langs weerkanten van een land-, domeinbos- of parkweg wordt een dreef of laan genoemd. Deze bomenrijen hebben de bedoeling ontzag op te wekken met in de hoogte op schietende takvrije stammen en overwelvende kronen.

Leibomenrijen zijn rijen van bomen waarbij de takken van bomen op bepaalde manier wordt ‘geleid’, bv. in een groenscherm of andere snoeivormen.

Bomenrijen zijn biologisch zeer waardevol. Ze dienen als veilige corridors voor dieren, nestmogelijkheden voor vogels, bessen en bloesems voor bijen en vlinders. Daarom wordt de aanleg en onderhoud van bomenrijen, knotbomenrijen, leibomenrijen en dreven gesubsidieerd.

Voorwaarden

De volgende voorwaarden, naast de algemene voorwaarden, zijn van toepassing:

  • de bomenrij, knotbomenrij, leibomenrij of dreef wordt gesubsidieerd vanaf een minimale lengte van 10 meter en een minimale breedte van 1 meter tot een maximale breedte van 10 meter, of minimaal 5 planten op minimaal één tot maximaal twee opeenvolgende rijen met onderlinge horizontale plantafstand van minimaal 2 meter;
  • de bomenrij, knotbomenrij, leibomenrij of dreef wordt enkel gesubsidieerd langs interne of externe perceelscheidingen, waterlopen, spoorwegen, andere landschapselementen, trage wegen, private wegen of langs openbare wegen waarbij de berm geen openbaar domein is;
  • bomenrijen worden beperkt tot één à drie soorten per rij, voor dreven slechts één soort voor twee tegenoverstaande bomenrijen. Dreven worden gezien als één bomenrij;
  • de verticale plantafstand van dreefbomen wordt bepaald in functie van een aaneengesloten kruin;
  • bomenrijen, knotbomenrijen en dreven worden beplant door laagstammige of hoogstammige bomen. Het plantgoed heeft een minimumstamomtrek van 8 tot 10 cm;
  • knotbomen worden om de 5 jaar geknot op een hoogte van minimaal 1,8 m boven de grond. Dode knotbomen worden vervangen;
  • leibomen worden gesnoeid zodat ze een groenscherm vormen. Enkel hoogstammige leibomen (eerste takken op een hoogte van 1,80 meter) vallen onder bomenrij. Een leibomenrij tegen een muur valt ook onder de voorwaarden van groenmuren;
  • dreefbomen hebben een takvrije stam van minstens 5 meter. Dode dreefbomen worden ofwel niet verwijderd of worden tijdelijk vervangen tot de volledige vervanging van de dreef. De beheerder doet dit in overleg met de milieudienst.

Procedure

De melding en onderhoud van een bestaand landschapselement, of de aanleg en onderhoud van een nieuw landschapselement, kan worden aangevraagd door het invullen van het aanvraagformulier klein landschapselement.

Indien het landschapselement binnen een groot landschapselement valt, of onder de definitie van een groot landschapselement valt, gebruik dan het aanvraagformulier groot landschapselement.

Bij de aanvraag wordt de volgende documenten bijgevoegd:

  • beplantingsplan (schaal: minimaal 1/100) waarop duidelijk de landschapselementen, de plantsoorten, de maten, de plantafstanden,… worden aangegeven. Op basis van het beplantingsplan wordt de subsidie bepaald. Dit hoeft geen professioneel plan te zijn, een schets met als achtergrond een luchtfoto is voldoende;
  • omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, vegetatiewijziging of wijziging van kleine landschapselementen (indien van toepassing);
  • schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaruit blijkt dat de beheerder de landschapselementen mag aanleggen op zijn/haar eigendom (indien van toepassing). Indien u eerder een aanvraag voor hetzelfde landschapselement heeft ingediend en de toestemming heeft bijgevoegd, is dit optioneel;
  • facturen van de uitgevoerde werken of aankoop plantgoed;
  • motivatienota met de afwijking op de voorwaarden van het reglement (indien van toepassing). Aanvragers mogen een afwijking van de algemene of specifieke voorwaarden vragen, mits grondige motivatie. Deze afwijking is een gunst, geen recht, en wordt individueel beoordeeld.

Bedrag

De subsidie voor de aankoop voor het plantgoed bedraagt:

  • hoogstammig beworteld plantgoed: 10 euro per boom, plafond van 5.000 euro;
  • niet-bewortelde poten: 2,50 euro per poot, plafond van 1.250 euro.

Voor het knotten van een knotbomenrij bedraagt de subsidie 7,50 euro per boom elke 5 jaar, met een plafond van 3.750 euro.

Voor het onderhoud van andere bomenrijen wordt tienjaarlijks een onderhoudspremie voorzien van 5 euro per boom, met een plafond van 2.500 euro.

Enkel de aankoop van het plantgoed van hoogstammige leibomen wordt gesubsidieerd, het onderhoud wordt niet gesubsidieerd.