Voorwaarden gebruik ontploffend vuurwerk (mits toelating)

De burgemeester (of zijn afgevaardigde) handelend in uitvoering van artikel 265/7° van het Koninklijk Besluit van 23 september 1958, houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich hebben, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd door artikel 1 van het  Koninklijk Besluit van 7 januari 1966, kan toelating geven aan particulieren om ontploffend vuurwerk bij zich te houden en af te steken.

AANVRAAG

Er is te allen tijde een toelating vereist. Een aanvraag doe je via deze weg.

VOORWAARDEN

  • De totale inhoud pyrotechnische sas in dat vuurwerk mag niet meer bedragen dan 1 kg;
  • Deze toelating is strikt persoonlijk en mag niet aan andere personen worden overgedragen;
  • Ingevolge de ministeriële besluiten van 26 januari 1966 en van 3 februari 2000 wordt het volgende feestvuurwerk als ‘ontploffend vuurwerk’ beschouwd:
    * vuurpijlen, vuur- of zwermpotten, batterijen van vuur- of zwermpotten en gemengde batterijen die een sterke knal veroorzaken (C-18-b);
    * geweerklappers (petarden), liniaaltjes en rolletjes van petarden en soortgelijk vuurwerk bestemd om een sterke knal voort te brengen (C-20-b);
    * kleine vuurwerkartikelen zoals voetzoekers, zevenklappers, vulkanen en staartsterren (C21b);
  • Het vuurwerk moet voldoen aan de veiligheidseisten die erop van toepassing zijn en mag enkel afgestoken worden in de nacht van 31 december 2018 op 1 januari 2019.


vuur

Uitgelicht