Grote en kleine landschapselementen

Aanvragen klein landschapselement Aanvragen groot landschapselement

Inhoud

Mortsel wilt het blauwgroene netwerk verbeteren en herstellen. Daarom kan de aanleg en onderhoud van grote en kleine landschapselementen worden gesubsidieerd.

Landschapselementen zijn duidelijk te onderscheiden punten, lijnen of vlakken in het landschap. Landschapselementen vormen het blauwgroene netwerk in het menselijk gebied, zij dragen op die manier bij tot het behoud van de biodiversiteit.

Klein of groot?

Er bestaan kleine en grote landschapselementen. Onder ‘klein' wordt verstaan:

  • voor puntvormige elementen: een maximale oppervlakte van 100 m²;

  • voor lijnvormige elementen: meer dan 100 m² met een lengte van maximaal 1.000 m of met een maximale oppervlakte van 10.000 m²;

  • voor vlakvormige elementen: meer dan 100 m² met een maximale oppervlakte van 10.000 m².

De grens tussen lijnvormig en vlakvormig ligt op een lengte-breedteverhouding van 10:1.

Onder 'groot' wordt verstaan:

  • een landschapselement met een lengte van meer dan 1.000 m of een oppervlakte groter dan 10.000 m²;

  • een mozaïek van puntvormige, lijnvormige en/of vlakvormige landschapselementen die een landschappelijk geheel vormen over een al dan niet aaneengesloten oppervlakte groter dan 10.000 m²;

  • een mozaïek van tuinen die een landschappelijk geheel vormt en minimaal tien al dan niet aaneengesloten tuinen omvat;

  • de bewoonbare of bruikbare oppervlakte van woningen, (landbouw)industriegebouwen, gemeenschaps- en recreatievoorzieningen en dergelijke valt niet onder het groot landschapselement.

Types

Wat zijn die 'landschapselementen'? Er bestaan een aantal types:

Voorwaarden

Landschapselementen zijn onderworpen aan algemene en specifieke voorwaarden. Voor de specifieke voorwaarden kan je de individuele webpagina's van de landschapselementen raadplegen. De algemene voorwaarden staan hieronder:

  • De landschapselementen zijn gelegen op het grondgebied Mortsel en in de volgende werkingsgebieden:
    • Parkgebieden, natuurgebieden, recreatiegebieden, groengebieden, agrarische gebieden en zones voor gemeenschapsvoorzieningen of daaraan gelijkgesteld overeenkomstig de geldende ruimtelijke plannen (gewestplan, bijzonder plan van aanleg en ruimtelijk uitvoeringsplan);
    • Natuur in niet-groene bestemmingen;
    • Beschermde landschappen, monumenten, stads- en dorpsgezichten.
  • de landschapselementen zijn gegarandeerd voor minstens 15 jaar;
  • de landschapselementen worden niet kunstmatig bemest en niet behandeld met pesticiden;
  • landschapselementen die voortvloeien uit een omgevingsvergunning of worden verplicht op basis van andere wettelijke bepalingen (zoals boscompensaties) worden uitgesloten van dit subsidiereglement. De aanvrager dient over een omgevingsvergunning- of melding beschikken indien de aanleg onder de vergunnings- of meldingsplicht valt volgens de geldende Vlaamse wetgeving of bouwcode (zoals reliëfwijziging of vellen van bomen). Landschapselementen mogen niet in overtreding zijn met het Veldwetboek, de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening of andere wettelijke bepalingen.
  • het is verboden invasieve exoten klasse 1 aan te planten. Dit zijn alle soorten op de zwarte lijst van het Belgisch Forum voor Invasieve Soorten en/of op de EU-lijst van invasieve soorten (Annex I van de Europese verordening betreffende invasieve, uitheemse soorten van 22 oktober 2014 nr 1143/2014);
  • de houtige beplantingen (struiken, bomen en klimplanten) van de landschapselementen worden aangeplant op basis van de soorten vermeld in bijlage I, annex A t.e.m. E, tenzij anders bepaald door de specifieke voorwaarden. Preferentieel worden de inheemse of inheems geachte soorten van annex A en B genomen. Uitheemse ingeburgerde soorten van annex C en D zijn acceptabel wegens ecologische en/of landschappelijke waarde. De milieudienst heeft het recht om op basis van de gewenste natuurdoelstellingen of de omgevingsfactoren soorten af te wijzen of voorwaarden op te leggen, de aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht en mag een alternatief voorstellen. Voor de biodiversiteit worden er minimaal vijf verschillende soorten per landschapselement aangeplant;
  • de aanleg en onderhoud van de landschapselementen gebeurt door de code van goede natuurpraktijk zoals bepaald door omzendbrief LNW/98/01 betreffende algemene maatregelen inzake natuurbehoud en wat de voorwaarden voor het wijzigen van vegetatie en kleine landschapselementen betreft en de code van goede natuurpraktijk waterlopen zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 tot vaststelling van een code van goede natuurpraktijk voor het beheer van waterlopen;
  • onderhoudswerken mogen de levenscyclus van de fauna of flora niet hypothekeren. Onderhoudswerken zijn tijdens het voortplantingsseizoen van 1 maart tot 15 juni verboden. Dit verbod wordt verlengd als de voortplanting van de soort van het landschapselement of geassocieerd met het landschapselement buiten het voortplantingsseizoen valt. Bijvoorbeeld: struikklimop bloeit van juli tot september, het is verboden struikklimop tijdens de bloei te snoeien. Het onderhoud gebeurt gefaseerd zodat de natuurfunctie van het landschapselement niet verloren gaat;
  • de integriteit van het landschapselement wordt gewaarborgd. Gestorven planten worden hierbij vervangen en de aanvrager neemt de nodige maatregelen om het landschapselement tot volle wasdom te laten ontwikkelen (bv. bomen worden beschermd tegen vraat door grote grazers). De vervanging van planten valt onder de aanlegsubsidie;
  • de landschapselementen mogen aangelegd en onderhouden worden door een beheerder. Beheerders dienen over de toestemming van de eigenaar of gebruiker beschikken voor werken uitgevoerd op het perceel van de eigenaar. Beheerders mogen de subsidieaanvraag opstellen en indienen, en kunnen de premie rechtstreeks ontvangen;
  • er kunnen enkel subsidies worden uitbetaald aan particuliere eigenaren, particuliere gebruikers of particuliere aanvragers die in hoedanigheid van een particuliere eigenaar of gebruiker handelen (beheerders). Publieke instellingen of percelen in eigendom van publieke instellingen worden uitgesloten, met uitzondering van particuliere gebruikers van percelen in eigendom van publieke instellingen in kader van een huur- of (erf)pachtovereenkomst.
  • landschapselementen mogen een gemengde functie (natuur met landbouw, recreatie,…) hebben, maar de niet-natuurfunctie is ondergeschikt. Opbrengsten van de landschapselementen die commercieel worden gevaloriseerd worden uitgesloten van de onderhoudssubsidies;
  • er mag slechts één aanvraag per jaar per landschapselement worden ingediend, behoudens uitzonderingen in de specifieke voorwaarden. Voor lijnvormige landschapselementen die over meerdere perceelgrenzen gaan, wordt één aanvraag ingediend per landschappelijk geheel. De subsidies zijn cumuleerbaar. Aanvragers kunnen subsidieaanvragen bundelen van landschapselementen die over meerdere percelen verspreid zijn;
  • grote landschapselementen moeten publiek toegankelijk zijn, of een collectief-privatieve toegankelijkheid hebben zoals bij braakliggende terreinen, met uitzondering van privé-tuinen.

Procedure

De aanleg- en onderhoudssubsidie kan worden aangevraagd door het invullen van het aanvraagformulier. Voor bestaande landschapselementen (hetzij aangelegd onder het vorig reglement, of bestaande die onder het huidige reglement vallen) kan bij het eerste onderhoud het meldingsformulier gebruikt worden.

Bij de aanvraag wordt de volgende documenten bijgevoegd:

  • beplantingsplan (schaal: minimaal 1/100) waarop duidelijk de landschapselementen, tuinelementen of equivalente vegetaties, de plantsoorten, de maten, de plantafstanden,… worden aangegeven. Op basis van het beplantingsplan wordt de subsidie bepaald. Dit hoeft geen professioneel plan te zijn, een schets met als achtergrond een luchtfoto is voldoende;
  • omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, vegetatiewijziging of wijziging van kleine landschapselementen (indien van toepassing);
  • schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein waaruit blijkt dat de beheerder de landschapselementen mag aanleggen op zijn/haar eigendom (indien van toepassing). Indien u eerder een aanvraag voor hetzelfde landschapselement heeft ingediend en de toestemming heeft bijgevoegd, is dit optioneel;
  • facturen van de uitgevoerde werken of aankoop plantgoed;
  • motivatienota met de afwijking op de voorwaarden van het reglement (indien van toepassing). Aanvragers mogen een afwijking van de algemene of specifieke voorwaarden vragen, mits grondige motivatie. Deze afwijking is een gunst, geen recht, en wordt individueel beoordeeld.

De aanvraag voor de aanleg en onderhoud van grote landschapselementen wordt vijfjaarlijks aangevraagd, met een mogelijkheid van een addendum jaarlijks. 

Bedrag

De subsidie is specifiek voor elk type landschapselement en kan worden teruggevonden op de individuele webpagina.

Voor grote landschapselementen wordt voor elk uniek type landschapselement, tuinelement of equivalente vegetatie de subsidies voor het onderhoud, niet de aanleg, additief met 10% verhoogd tot maximaal 50%

Meer info

Jeuken je (groene) vingers maar weet je niet hoe te beginnen? Contacteer de milieudienst telefonisch via het onthaal, of via e-mail milieu@mortsel.be, of vraag professioneel advies aan het Regionaal Landschap Rivierenland.

Downloads

  • Subsidiereglement KLE en GLE - bijlage 1 plantenlijst.pdf 339,4 Kb
  • Subsidiereglement KLE en GLE - reglement.pdf 221,5 Kb