Bron: De brochure “homohuwelijk”, secretariaat van de Nederlandstalige Gemeenschapsraad van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat 30/34 te 1000 Brussel
I. HET HUWELIJK
a) huwbare leeftijd
Om te kunnen huwen moet men meerderjarig zijn, dus minstens 18 jaar oud. Om gewichtige redenen kan de jeugdrechtbank evenwel toch toestemming geven mits akkoord van de ouders.
b) beletselen
Het huwelijk is uiteraard niet toegestaan wanneer het vorig huwelijk nog niet ontbonden is.
Verder zijn er verbodsbepalingen waardoor het huwelijk niet is toegestaan tussen personen die door bloed- of aanverwantschap met elkaar verbonden zijn. Om gewichtige redenen kan de Koning evenwel toch het huwelijk toelaten tussen oom en neef, tante en nicht of tussen schoonbroers of schoonzusters.
c) formaliteiten
1. de aangifte
Men moet aangifte doen van het voorgenomen huwelijk bij de burgerlijke stand van de gemeente waar één van de aanstaande echtgenoten is ingeschreven in het bevolkingsregister. Informeer vooraf welke documenten je daarbij moet bezorgen. Het huwelijk mag pas ten vroegste worden gesloten 14 dagen na deze aangifte, en moet binnen de 6 maanden ervan, anders is een nieuwe aangifte nodig.
2. het huwelijk
Het wordt gesloten in het openbaar voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de aangifte is gebeurd en in aanwezigheid van twee getuigen. Deze getuigen hoeven geen familie te zijn.
II. HET HUWELIJKSVERMOGENSRECEHT
Op het ogenblik dat twee mensen met elkaar huwen, beloven zij met elkaar lief en leed te zullen delen. Maar naast lief en leed zullen ze ook bezittingen verkrijgen, schulden aangaan, goederen kopen en erven, een inkomen verwerven… Het zal allemaal op een bepaalde manier tussen hen “verdeeld” worden.
Het huwelijksvermogensrecht is de rechtstak die dit alles regelt.
Er bestaan dus regels die bepalen welk goed van wie is: of het van beide echtgenoten gemeenschappelijk of onverdeeld is, of van één echtgenoot alleen. Dat alles wordt bepaald door het HUWELIJKSVERMOGENSSTELSEL.
Het huwelijksvermogensstelsel omvat een geheel van regels die de onderlinge vermogenstoestand van de echtgenoten vaststellen.
Er bestaan verschillende stelsels; de drie belangrijkste zijn:
- het stelsel van scheiding van goederen;
- het stelsel van de algemene gemeenschap van goederen;
- het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten.
Dit laatste is het stelsel dat wettelijk van toepassing is op elk echtpaar dat geen huwelijkscontract heeft. Het voornaamste probleem bij het sluiten van een huwelijkscontract is de keuze van een bepaald stelsel. Het huwelijkscontract is de notariële akte waarin de aanstaande echtgenoten kiezen voor een bepaald huwelijksvermogensstelsel.
Naast de keuze van een welbepaald stelsel kunnen er in het huwelijkscontract ook bepalingen opgenomen worden waardoor het beter is aangepast aan de eigen huwelijkssituatie (bv. één van de echtgenoten heeft kinderen uit een vorige relatie) of waardoor afgeweken wordt van bepaalde regels van het gekozen stelsel. Maar niet van alle regels kan afgeweken worden.
Sommige regels zijn op alle gehuwden van toepassing, ongeacht onder welk stelsel ze getrouwd zijn. Het huwelijkscontract mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met deze zogenaamde basisregels.
Enkele van deze onveranderlijke regels zijn:
- echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht; zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd (art. 213 B.W.);
- de gezinswoning kan nooit zonder de toestemming van de partner verkocht worden, ook al is ze eigendom van slechts één echtgenoot;
- een echtgenoot kan niet zonder de toestemming van de andere de huur opzeggen van de woning die ze samen als gezinswoning betrekken. Dit is zelfs zo indien één der echtgenoten dit huurcontract tekende voor het huwelijk;
- ieder echtgenoot moet in de lasten van het huwelijk bijdragen in verhouding tot zijn vermogen;
- de ene echtgenoot mag in zijn beroepsbetrekkingen de naam van de andere alleen met diens instemming gebruiken. Maar eens deze instemming gegeven mag ze enkel om ernstige redenen worden ingetrokken.
Andere regels daarentegen zijn enkel van toepassing voor zover men er niet van afwijkt in het contract. Ze zijn dus ook van toepassing op echtgenoten die zonder contract huwden.
Enkele voorbeelden van deze regels zijn:
- de beide echtgenoten worden in de meeste gevallen geacht samen eigenaar te zijn van de gelden op alle bankrekeningen zelfs al staan zij op naam van één der echtgenoten.
- het inkomen van iedere partner behoort beide echtgenoten samen toe, ook al heeft één der echtgenoten geen inkomen;
- alle goederen die de echtgenoten tijdens het huwelijk kopen, zijn in de meeste gevallen van hun beiden, ook al staat de factuur slechts op naam van één van hen;
- de ene echtgenoot kan niet zonder toestemming van de andere een lening aangaan;
- schulden gemaakt door één der echtgenoten kunnen meestal op de goederen van beide echtgenoten verhaald worden.
Van deze regels kan in het huwelijkscontract afgeweken worden.
Het geheel van regels die van toepassing zijn op echtparen die zonder contract gehuwd zijn noemen we het WETTELIJK STELSEL. Het is het stelsel dat automatisch geldt als men niets anders kiest.
het wettelijk stelsel
Elk gehuwd paar is onderworpen aan een huwelijksvermogensstelsel. Het is ondenkbaar dat er echtparen zouden bestaan voor wie niet uitgemaakt kan worden of een goed nu aan één van de echtgenoten of aan beiden toebehoort. Daarom zullen echtgenoten die geen huwelijkscontract gesloten hebben, vanaf de dag van hun burgerlijk huwelijk onderworpen zijn aan het wettelijk stelsel.
Het WETTELIJK STELSEL verdeelt de goederen van de echtgenoten in drie vermogens:
- het eigen vermogen van de ene echtgenoot
- het eigen vermogen van de andere echtgenoot
- het gemeenschappelijk vermogen
Erg vereenvoudigd kan men zeggen dat het wettelijk stelsel door vier basisregels beheerst wordt.
1.EIGEN ZIJN alle goederen die men bezit voor het huwelijk, bv. de auto van de ene echtgenoot, de gelden op zijn spaarrekening, de bouwgrond die hij aankocht vóór het huwelijk; het erfdeel dat de andere echtgenoot reeds bezit ten gevolge van het overlijden van zijn vader voor het huwelijk, het kapsalon dat hij reeds uitbaatte bij het aangaan van het huwelijk. Ook eigen blijven de schulden die men reeds had voor het aangaan van het huwelijk.
2.EIGEN ZIJN alle goederen verworven via een nalatenschap of via een schenking. Ook de schulden die drukken op erfenissen of schenkingen, zijn eigen schulden.
3.GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle inkomsten, zowel beroepsinkomsten (lonen, wedden, werkloosheidsuitkeringen,…) als inkomsten uit eigen goederen.
Voorbeelden van inkomsten uit eigen goederen: huurgelden van een eigen woning, bv. van de woning die geërfd werd; intresten van obligaties die men reeds voor het huwelijk bezat.
4.GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN alle goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze het eigendom zijn van één der echtgenoten. Alle gemeenschappelijke goederen vormen samen het gemeenschappelijk vermogen.
het stelsel van scheiding van goederen
In tegenstelling tot het wettelijk stelsel dat drie vermogens telt, kent het stelsel van scheiding van goederen slechts twee vermogens:
- het vermogen van de ene echtgenoot
- het vermogen van de andere echtgenoot
Een gemeenschappelijk vermogen bestaat niet in dit stel
|